Rollen en verantwoordelijkheden in het onderwijs zijn voortdurend in beweging. Om de professionele ruimte en verantwoordelijkheden, samenwerking en rolverdeling binnen scholen verder te versterken, heeft Voion op verzoek van de sociale partners een vergelijking gemaakt van drie beroepsdocumenten: het Beroepsbeeld Leraar (2024), de Beroepsstandaard Schoolleiders VO (2024) en het Beroepsprofiel Bestuurders in het funderend onderwijs (2024).
In het voortgezet onderwijs wordt voortdurend gewerkt aan meer professionele ruimte, zeggenschap en samenwerking tussen beroepsgroepen. Denk aan het actualiseren van beroepsstandaarden, trajecten rond professionele dialoog en het professioneel statuut, en diverse adviezen over rolverdeling in het onderwijs. Onderdeel daarvan zijn de beroepsdocumenten die door de respectievelijke beroepsorganisaties van leraren, schoolleiders en bestuurders in nauwe samenwerking met de beroepsbeoefenaren zijn opgesteld de afgelopen jaren. Deze dienen als inhoudelijk kader voor de positionering en als richtlijnen voor de professionele ontwikkeling van deze beroepsgroepen. Vanuit deze ontwikkeling ontstond de behoefte om de beroepsdocumenten van leraren, schoolleiders en bestuurders naast elkaar te leggen en te onderzoeken of er een gezamenlijke basis is voor verdere duiding en dialoog in de sector.
Voion onderzocht de drie beroepsdocumenten op de volgende drie functie-aspecten:
Andere aspecten zijn buiten beschouwing gelaten. Uit de vergelijking blijkt dat de rollen van leraar, schoolleider en bestuurder op papier redelijk goed van elkaar zijn te onderscheiden wanneer het gaat om verantwoordelijkheden en inhoudelijk leiderschap. Voor professionele autonomie van de leraar ligt dat anders. De documenten bieden daar minder scherpe afbakening, wat in de praktijk ruimte laat voor een passende invulling. Tegelijkertijd maakt de vergelijking duidelijk dat professionele autonomie in de praktijk altijd vorm krijgt in relatie tot de samenwerking binnen scholen. De invulling ervan hangt samen met teamafspraken, de onderwijsinhoudelijke koers, schoolbeleid en de rolverdeling tussen leraar, schoolleider en bestuurder.
De analyse benadrukt dat rollen en professionele autonomie niet los van elkaar staan. Zij krijgen betekenis in de dagelijkse samenwerking binnen scholen. Dat maakt duidelijk dat beroepsdocumenten een belangrijke basis bieden, maar dat verdere gezamenlijke duiding en dialoog nodig blijven om rollen in de praktijk vorm te geven. Daarmee wordt zichtbaar dat de beroepsdocumenten vooral zijn geschreven vanuit het perspectief van de eigen beroepsgroep. De onderlinge relaties tussen de functies worden minder expliciet beschreven, wat het belang onderstreept van verdere gezamenlijke duiding in de praktijk.
De onderzoekers geven ook suggesties hoe de beroepsdocumenten in de praktijk optimaal benut
kunnen worden:
De analyse markeert geen eindpunt, maar een volgende stap in een lopend sectorproces. Sociale partners nemen gezamenlijk verantwoordelijkheid om deze inzichten verder te duiden en het gesprek hierover in de sector voort te zetten.
Meer lezen:
Breder perspectief: