VOION Haganum 2057 2Header9

Publicaties

Strategisch personeelsbeleid in het vo

dinsdag 9 maart 2021 | Onderwijsarbeidsmarkt | Veilig en vitaal werken

Betreft: 2020-meting in het kader van de monitoring van de afspraak in het geactualiseerde Sectorakkoord VO (2018) over de versterking van strategisch personeelsbeleid
Uitgevoerd door: Universiteit Utrecht, Departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap
In opdracht van: VO-raad en ministerie van OCW
Datum: maart 2021

Strategisch personeelsbeleid (HRM) in het voortgezet onderwijs is strategischer geworden. De afstemming van het strategisch personeelsbeleid op onderwijskundige doelen is de afgelopen jaren verbeterd. Aandacht voor de implementatie van personeelsbeleid door schoolleiders en oog voor de professionele ontwikkeling en duurzame inzetbaarheid van leraren en schoolleiders blijven onverminderd belangrijk. Dit alles blijkt uit de tweede meting van het onderzoek naar de ontwikkeling van strategisch personeelsbeleid dat is uitgevoerd door de Universiteit Utrecht.

Dit rapport beschrijft de staat van het strategisch personeelsbeleid anno 2020 en de ontwikkeling sinds de nulmeting in 2018 op de vijf bij dit streefbeeld aansluitende indicatoren:
1. Afstemming van strategisch personeelsbeleid op externe ontwikkelingen;
2. Afstemming van strategische personeelsbeleid op onderwijskundige doelen;
3. Duurzame inzetbaarheid;
4. Ontwikkelperspectief leraren en schoolleiders; en
5. Kwaliteit van implementatie van strategisch personeelsbeleid door schoolleiders.

Het monitoronderzoek werd in het najaar van 2020 uitgevoerd via een online vragenlijst onder
besturen, schoolleiders en leraren.

Uit het UU-onderzoek (Universiteit Utrecht) blijkt dat de afstemming van strategisch personeelsbeleid op externe ontwikkelingen goed is. Ook de afstemming op onderwijskundige doelen is ruim voldoende en verbeterd ten opzichte van 2018. Het personeelsbeleid biedt volgens besturen ruim voldoende ondersteuning aan de professionele ontwikkeling van leraren en schoolleiders, al laat het onderzoek tegelijk ook zien dat er gemiddeld genomen minder steun wordt geboden aan het ontwikkelperspectief van leraren dan in 2018.

Vergelijkbaar met de eerste meting, is de ondersteuning voor professionele ontwikkeling in verhouding minder gericht op de doorgroei naar een andere of hogere functie. Ten opzichte van 2018 beoordelen besturen de kwaliteit van de implementatie van personeelsbeleid en leiderschap van schoolleiders onveranderd als goed. Duurzame inzetbaarheid van leraren en schoolleiders staat onverminderd onder druk, gelet op de aanwezige arbeidsrisico's en de daarop gerichte beleidsmaatregelen.

Doordat in deze meting naast besturen ook schoolleiders en leraren zijn bevraagd, geeft het rapport inzicht in de doorwerking van het beleid en de aandachtsgebieden voor de sector. Zo is te zien dat schoolleiders en leraren in vergelijking met besturen minder positief zijn over hun eigen ontwikkelperspectief. Ook zijn bestuurders en schoolleiders positiever over de afstemming van het personeelsbeleid op onderwijskundige doelen dan leraren.

Belangrijke aandachtspunten voor besturen en scholen die uit het monitoronderzoek naar voren komen, zijn de implementatie van personeelsbeleid en (onderwijskundig) leiderschap van schoolleiders én het versterken van de ontwikkeling van strategisch personeelsbeleid op het gebied van duurzame inzetbaarheid en het ontwikkelperspectief voor leraren en schoolleiders.