VOION Haganum 2057 2Header9

Publicaties

Tussenevaluatie convenant aanpak personeelstekorten en werkdruk: Hoe zijn de middelen in het vo tot nu toe besteed?

dinsdag 13 april 2021 | Onderwijsarbeidsmarkt | Veilig en vitaal werken | Algemeen Voion

Betreft: onderzoek naar de maatregelen die met de middelen uit het convenant 'Aanpak lerarentekorten en werkdrukverlichting' zijn uitgevoerd of nog in planvorming of uitvoering zijn. 
Uitgave: Voion
In opdracht van: de cao-tafel vo
Datum: april 2021

In het convenant ‘Aanpak lerarentekorten en werkdrukverlichting’ zijn tijdelijke middelen beschikbaar gesteld aan scholen ten behoeve van maatregelen tegen tekorten en werkdruk. Eind 2019 is in dat kader voor het vo € 150 mln. uitgekeerd ten behoeve van besteding in 2020 en 2021. Voion heeft, op verzoek van de cao-tafel vo, onderzoek* gedaan naar de maatregelen die met de middelen zijn uitgevoerd of nog in planvorming of uitvoering zijn.

Inzet van middelen
Rond begin 2021 heeft een krappe meerderheid van alle schoolbesturen alle convenantsmiddelen verdeeld over de scholen. Een ruime meerderheid heeft tenminste een gedeelte (minimaal twee vijfde) van alle middelen verdeeld. Op de scholen zelf is door ongeveer een vijfde van alle schoolleiders alle middelen ingezet, terwijl 62% een gedeelte van alle gelden heeft geïnvesteerd. Bij een groot gedeelte van de scholen liggen dus nog middelen ‘op de plank' om te gebruiken in 2021. Een verklaring voor de nog niet ingezette middelen is dat de coronacrisis een rol speelt, dat geeft voor scholen veel onzekerheid en vraagt flexibiliteit en aandacht.

Maatregelen

Een groot deel van de scholen heeft de convenantsmiddelen geoormerkt aan al bestaande maatregelen naast een aantal nieuwe initiatieven. Scholen hebben de middelen dus voor een groot deel benut om bestaand beleid te kunnen uitbreiden en ontwikkelen. De meest ingezette maatregel is de inzet van extra onderwijsondersteunend personeel om het bestaande docerend personeel meer te ontlasten. Ook onderwijsinnovatie en meer ontwikkeltijd zijn relatief vaak genoemde maatregelen. De maatregelen moeten vooral de hoge werkdruk onder het personeel oplossen.

In het convenant wordt expliciet de voorwaarde gesteld dat mr-leden bij de wijze van besteding van middelen betrokken moeten zijn. Volgens ruim 90% van de bestuurders en schoolleiders is dit ook gebeurd. Uit de antwoorden van de mr-leden in de enquête komt naar voren dat zij vooral vanaf het eerste gesprek, bij de uitwerking of bij de besluitvorming betrokken werden. 

Knelpunten
De middelen uit het convenant zijn een eenmalige subsidie en dat is van invloed op hoe de middelen zijn ingezet. Zo is ruim de helft van de schoolleiders en twee derde van de bestuurders van mening dat de maatregelen er anders zouden hebben uitgezien als de middelen structureel verstrekt zouden zijn. Vooral bestuurders ervaren ook dat de genomen maatregelen alleen op korte termijn effect hebben. Mogelijk hangt dit samen met de bevinding dat de meeste respondenten de middelen niet voldoende vinden voor de beoogde doeleinden. Uit groepsgesprekken gehouden tijdens het onderzoek komt naar voren dat er meer behoefte is aan structurele middelen zodat maatregelen genomen kunnen worden, die een blijvend effect op werkdruk en tekorten hebben. Een deel van de besturen en directeuren geven aan de middelen eenmalig te hebben ingezet, maar met name in het kader van onderwijsvernieuwing verwachten dat deze een structureel effect hebben.

Opbrengsten
Hoewel vaak nog niet alle middelen zijn besteed en er knelpunten worden ervaren, is het merendeel van de schoolbestuurders en –leiders van mening dat de tot nu toe genomen maatregelen effectief zijn voor het verlagen van de werkdruk. Een ander doel van het convenant is het tegengaan van personeelstekorten. Op dat onderdeel is nog ruimte voor verbetering, omdat een groot deel van de deelnemers aan de enquête niet vindt dat de maatregelen effectief de personeelstekorten verminderen.

Tot slot
De resultaten laten een tussentijdse stand van zaken zien. Scholen kunnen nog dit jaar de middelen uit het convenant besteden aan maatregelen voor ontwikkeltijd, werkdrukverlichting, begeleiding van startende leerkrachten, begeleiding van zij-instromers, onderwijsinnovatie of maatregelen voor arbeidsmarktvraagstukken.

Inspiratie
Benieuwd hoe scholen de convenantsmiddelen besteden? Lees het verhaal van het Dr. Mollercollege. Het Dr. Mollercollege zet oud-leerlingen in als surveillant. “Docenten hebben regie over de vrijgekomen tijd”

 

* Dit onderzoek brengt voor begin 2021 de stand van zaken in kaart. Hiervoor zijn enquêtes uitgezet en zijn vier groepsgesprekken met betrokkenen (besturen, schoolleiders en mr-leden) gevoerd. De enquête is ingevuld door 66 schoolbestuurders, 114 schoolleiders en 68 mr-leden.