Nieuws

Prinsjesdag 2022: wat kunnen we verwachten?

woensdag 21 september 2022 | Onderwijsarbeidsmarkt

Met de troonrede die Koning Willem Alexander op dinsdag 20 september 2022 heeft uitgesproken, opent het nieuwe werkjaar van het parlement. De minister van Financiën bood de Miljoenennota en Rijksbegroting 2023 aan de Tweede Kamer aan. Daarin staan ook de plannen op het gebied van sociale zekerheid voor 2023. Dit zijn de belangrijkste wijzigingen.

  • Verhoging minimumloon:
    Vanaf 1 januari 2023 stijgt het minimumloon met 10%. De verhoging van het minimumloon werkt direct door op een groot aantal regelingen. Ook de AOW stijgt mee met de verhoging van het minimumloon.
  • Afschaffing Inkomensvoorziening voor oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW):
    Per 1 januari 2023 wordt de IOAW verlaagd, zodat deze in 2025 afgeschaft kan worden.
  • Beperking 30%-regeling:
    Mensen uit het buitenland die in Nederland werken kunnen maximaal dertig procent van hun loon onbelast ontvangen. Vanaf 2024 wordt deze regeling beperkt.
  • Reiskostenvergoeding en thuiswerkvergoeding omhoog:
    De reiskostenvergoeding wordt per 1 januari 2023 verhoogd naar 21 cent per kilometer. Ook gaat de fiscale vrijstelling voor de thuiswerkvergoeding omhoog. Deze stijgt in 2023 van 2,00 naar 2,13 euro.
  • De zelfstandigenaftrek wordt versneld afgebouwd.
  • Werken moet lonend zijn:
    De arbeidskorting wordt verhoogd en het tarief in de eerste schijf in de inkomstenbelasting verlaagd. Hierdoor houden werknemers in 2023 netto meer over.
  • Wetsvoorstel toekomst pensioenen (Wtp)
    De zogenaamde doorsneesystematiek sluit onvoldoende aan bij de veranderende arbeidsmarkt. Het wetsvoorstel toekomst pensioenen (Wtp) moet deze kwetsbaarheden aanpakken.

Arbeidsmarkt in beweging
De huidige en structurele tekorten op de arbeidsmarkt vormen een uitdaging voor het kabinet om de ambities in het coalitieakkoord waar te maken. Het aantal mensen dat kan en wil werken stijgt nauwelijks, terwijl het aantal vacatures blijft stijgen. Om die redenen ziet het kabinet een duidelijke rol voor de overheid in het aanpakken van krapte, zowel in haar rol als werkgever in sectoren als de zorg en het onderwijs, als door overkoepelend beleid om krapte tegen te gaan. Dit kan de overheid niet alleen. Daarom is ook de bijdrage van werkgevers en werkenden essentieel.

Om krapte aan te pakken zet het kabinet in op het verminderen van de vraag naar arbeid, het vergroten van het arbeidsaanbod en het verbeteren van de match tussen vraag en aanbod. Het kabinet heeft een oproep gedaan aan werkgevers om bijvoorbeeld betere arbeidsvoorwaarden te bieden, anders te werven en te kijken naar onderbenutte deeltijders. Het kabinet gaat inzetten op Leven Lang Ontwikkelen (LLO) en de aansluiting verbeteren tussen initieel onderwijs en arbeidsmarkt. Extra inzet op leerrechten via het STAP-budget en aanvullend beleid stimuleert deelname aan leven lang ontwikkelen.

Ook wil het kabinet het aangaan van duurzame arbeidsrelaties stimuleren, zodat werkenden meer werk- en inkomenszekerheid ervaren. Daarbij willen ze ‘echte’ zelfstandigen de ruimte geven en ondersteunen en schijnzelfstandigheid tegengaan.

Het kabinet zorgt ervoor dat gezond en veilig werken de norm blijft, juist op een veranderende arbeidsmarkt. Met de Arbovisie 2040 wordt ingezet op onder meer preventie, eigen regie, en gezondheid.

Om seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld tegen te gaan, werkt het kabinet aan een nationaal actieplan. Ook komt het kabinet in 2023 met een beleidsagenda met als doel de voor- en nadelen van thuiswerken te balanceren.

Participatie en inclusie
Iedereen in Nederland verdient een goed bestaan en moet mee kunnen doen. Dat is één van de drijfveren van het kabinet. Werk is de sleutel tot een inkomen, maatschappelijke participatie en integratie. Niet iedereen heeft gelijke kansen op de arbeidsmarkt. Voor bepaalde groepen mensen is het lastiger om een baan te vinden, zoals mensen met een arbeidsbeperking of mensen met een migratieachtergrond. Daarom werkt het kabinet aan een inclusieve arbeidsmarkt waar mensen kunnen meedoen. Dit doet het kabinet onder meer via het programma ‘Verdere integratie op de Arbeidsmarkt’.

Mensen die aan het werk willen, of hun huidige baan dreigen te verliezen, kunnen naar een regionaal mobiliteitsteam. Daar krijgen ze advisering, scholing en banen aangeboden die bij hen passen. Verder wil het kabinet de komende jaren meer mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt naar werk begeleiden. Daarom zal de Participatiewet gewijzigd worden, zodat deze meer aansluit bij de behoeften en mogelijkheden van de mensen om wie het gaat. Daarnaast maakt het wetsvoorstel het voor werkgevers eenvoudiger om deze mensen in dienst te nemen en te houden. De beoogde inwerkingtreding van dit wetsvoorstel (breed offensief) is 1 januari 2023. Daarbij is de banenafspraak een belangrijk instrument om mensen een steuntje in de rug te geven om aan de slag te gaan bij een reguliere werkgever. Ook stimuleert het kabinet de inzet van beschut werk, voor mensen die veel begeleiding of aanpassing van de werkplek nodig hebben.

Het kabinet zet in op gendergelijkheid op de arbeidsmarkt. Men wil zwangerschapsdiscriminatie tegengaan en beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen aanpakken door de controle op loonverschillen te verbeteren. Op dit moment wordt in de Europese Unie onderhandeld over de richtlijn loontransparantie. Vooruitlopend hierop gaat Nederland een uitwerking van dit voorstel voorbereiden.

Inkomen dat zekerheid geeft
Het kabinet wil werken lonender maken en het bestaansminimum verstevigen. Een verhoging van het minimumloon past bij de oproep van het kabinet aan werkgevers om waar die ruimte bestaat, de lonen te laten stijgen. Primair zijn hier de sociale partners aan zet. Tegen deze achtergrond heeft het kabinet besloten om het minimumloon te verhogen. Het minimumloon stijgt per 2023 met ruim 10%.

De verhoging van het minimumloon werkt direct door op een groot aantal regelingen. De meeste regelingen waar het minimumloon automatisch op doorwerkt, zijn onderdeel van de sociale zekerheid. Ook de AOW stijgt mee met de verhoging van het minimumloon. Op die manier wordt de basis van AOW-gerechtigden versneld verstevigd. Het kabinet is van mening dat met het stijgen van de AOW-uitkering de noodzaak tot een aanvullende Inkomensondersteuning IOAOW vervalt. Daarom wordt de IOAOW verlaagd in 2023 en wordt deze afgeschaft in 2025.

Daarnaast wil het kabinet de zo geheten hardheden wegnemen in de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Het wegnemen van hardheden betreft in sommige gevallen relatief kleine ingrepen, die passen binnen het stelsel en binnen de wet. Echter, andere zaken die als hardheid benoemd worden, vloeien voort uit de fundamentele uitgangspunten waarvoor bij invoering van de WIA is gekozen. Het wegnemen daarvan vergt dan ook fundamenteel ingrijpen in het stelsel.

Tegelijkertijd werkt het kabinet aan de aanpak van de mismatch in sociaal medische beoordelingen. We hebben te maken met een mismatch tussen de vraag naar en het aanbod van sociaal medische beoordelingen. Mensen moeten hierdoor lang wachten op hun beoordeling, wat onzekerheid geeft over het recht op (en de hoogte van) een uitkering. Het kabinet wil de mismatch verminderen en komen tot structurele verbeteringen in het stelsel. Dit betreft enerzijds acties van UWV om de uitvoering te verbeteren en anderzijds het tijdelijk toestaan om bepaalde sociaal medische beoordelingen vereenvoudigd of niet uit te voeren. Voor de lange termijn wil het kabinet een integrale verkenning van het stelsel laten doen door een onafhankelijke onderzoekscommissie.

Een pensioen voor iedereen
Het kabinet werkt aan een toekomstbestendig pensioenstelsel voor huidige en toekomstige generaties. Het pensioenstelsel kent nu een aantal kwetsbaarheden. Zo moeten pensioenuitvoerders hoge reserves aanhouden. In combinatie met een langdurige periode van lage rente zorgde dit ervoor dat veel aanvullende pensioenen de afgelopen jaren niet zijn verhoogd (indexatie). Daarnaast betaalt iedereen op dit moment dezelfde premie en krijgt daarvoor dezelfde opbouw (los van de leeftijd). Deze zogenaamde doorsneesystematiek sluit onvoldoende aan bij de veranderende arbeidsmarkt. Het wetsvoorstel toekomst pensioenen (Wtp) pakt deze kwetsbaarheden aan met behoud van de sterke elementen van het Nederlandse pensioenstelsel, zoals een collectieve uitvoering en het gezamenlijk delen van risico’s.

Het wetsvoorstel maakt het pensioenstelsel transparanter, persoonlijker en sluit beter aan bij de ontwikkelingen in de maatschappij en op de arbeidsmarkt. In het nieuwe stelsel zullen pensioenen meer meebewegen met de economische ontwikkelingen. Gaat het goed met de economie dan zullen de pensioenen eerder stijgen en als het tegenzit ook eerder dalen. Pensioenfondsen hoeven daardoor minder hoge reserves aan te houden.

Het streven is om het wetsvoorstel toekomst pensioenen op 1 januari 2023 in werking te laten treden. Vervolgens krijgen pensioenuitvoerders en sociale partners tot en met 2026 de tijd om de overstap naar het nieuwe stelsel te maken.

De wet toekomst pensioenen geeft ook aandacht aan het nabestaandenpensioen. De huidige variëteit binnen het nabestaandenpensioen leidt tot onduidelijkheden bij deelnemers en hun partners met onbedoelde financiële risico’s tot gevolg. De wijzigingen in het nabestaandenpensioen zorgen ervoor dat het nabestaandenpensioen meer wordt gestandaardiseerd, adequater en begrijpelijker wordt, zodat de risico’s voor nabestaanden verkleinen.

Bron: rijksoverheid.nl